Stages FGw
Scandinavische talen en culturen: Sebes & Van Gelderen

Hoe ben je aan deze stageplaats gekomen?
‘Via de stagewebsite - http://www.student.uva.nl/fgw-stages. Ik heb bij Uitgeverijen gekeken, en toen kwam ik deze tegen, en die leek mij het leukst.
Ik ben geïnteresseerd in literatuur. Ik heb mij bij Scandinavistiek vooral gespecialiseerd in letterkunde en ik heb vakken gevolgd bij Nederlands en Literatuurwetenschap. De stage had een kleine link met Scandinavië: we hebben wel zaken gedaan met Scandinavische uitgeverijen, we hebben daar Nederlandse boeken aan verkocht.
De stage combineren met de studie viel niet mee. Ik hoefde geen verplichte vakken meer te doen, maar ik moest mijn scriptie schrijven en ik heb veel minder kunnen doen dan ik hoopte. Drie dagen fulltime werken is best wel veel als je het niet gewend bent. Daarom ben ik ook heel blij dat ik het gedaan heb – nu weet ik dat ik dat kan. En nu denk ik: vijf dagen kan ook wel. Je kunt je tijd niet meer zo vrij indelen. Je moet gewoon op tijd naar bed, want je moet de volgende dag weer vroeg op. Je moet daar van negen tot half zes zijn, en dan is je dag eigenlijk alweer voorbij.’
Wat hield je stage in?
‘Ik moest onder andere manuscripten lezen en beoordelen. Sebes & Van Gelderen is naast literair agentschap ook impresariaat voor schrijvers die lezingen geven en columns schrijven voor bladen, dat soort dingen. Dus ik heb ook contact gezocht met schrijvers. Daarnaast hield ik contact met opdrachtgevers, en voor de afspraken tussen schrijvers en opdrachtgevers heb ik contracten opgesteld en geregistreerd. Ik heb persberichten moeten schrijven, en pitches voor manuscripten die wij wilden verkopen aan uitgeverijen. Een pitch is een persoonlijk briefje van de agent waarin staat waarom de uitgeverij juist dit manuscript moet uitgeven. Als de uitgeverijen zeggen dat ze interesse hebben, wordt het manuscript vervolgens toegestuurd.
Het was af en toe best druk. Daarbij hadden we ook nog cursisten die een schrijfcursus deden. Die moesten opdrachten maken en die heb ik ook af en toe nagekeken.’
Wat beviel je aan de stage?
‘Ik voelde me deel van het team, omdat ik serieuze klussen te doen kreeg en ook omdat ze veel tijd namen om mij dingen uit te leggen. Ze werken daar veel met stagiairs, ze zijn het wel gewend. Als ik aan de bel trok en zei dat ik iets niet snapte, of iets ging niet helemaal zoals ik het wilde, dan ging er iemand even voor zitten en dan kon ik weer verder.
Ik vond het erg leuk als ik dingen voor elkaar kreeg. Bijvoorbeeld dat ik binnen één dag vier auteurs zover kreeg dat ze een stukje wilden schrijven en dat ik dan ook aan de opdrachtgever kon zeggen: ik heb vandaag de auteurs geregeld. Redactiewerk voor de opdrachten van de cursisten vond ik ook leuk om te doen.
Ik heb ook een auteur ontdekt die ik nog niet kende. Toen ik daar net zat, was bij de Bezige Bij de boekpresentatie van Nest van Sanneke van Hasselt. Dat is een fantastisch boek, ik heb het in één ruk uitgelezen. Wat ook leuk is: in het najaar komt er een appeltaartenbakboek uit. Dat heb ik samen met een medestageloper bedacht. We hadden het over appeltaarten, en dat er zoveel verschillende manieren zijn om appeltaart te bakken, dus wij dachten: daar zit een boek in! We hebben er toen een auteur bij gezocht en die heeft het plan uitgewerkt.’
Wat viel er tegen aan je stage?
‘Sebes & Van Gelderen heeft een laagdrempelige site waarop jonge Nederlanders en Vlamingen laten zien dat ze kunnen schrijven: www.pulpfictie.nl. Die site liep op een zeker moment niet goed meer, en mij is toen gevraagd een pr-plan te schrijven en dat ook uit te voeren. Maar ik kan zo’n plan niet schrijven, daar ben ik een beetje op vast gelopen. Ik moest ook voor dat pr-plan scholen bellen en ik was helemaal geen held in bellen. Dat gaat nu overigens wel beter, juist door die stage. Ik vond dat heel veel werk, ik denk dat ik half Nederland heb afgebeld en afgemailed, maar ik kreeg nauwelijks reacties. Pr ligt me gewoon niet zo erg.’
Heb je tips voor studenten die aan hun stage gaan beginnen?
‘Studenten moeten geen genoegen nemen met een stage die ‘in de buurt komt’, maar een stage zoeken in een vakgebied waarin ze verder willen gaan. Dan hebben ze aanknopingspunten als ze werkelijk een baan moeten gaan zoeken.
Achteraf denk ik: ik had beter bij een uitgeverij stage kunnen gaan lopen dan bij een literair agentschap. Maar dan had ik er dat stukje impresariaat niet bij gehad, wat ik toch ook erg leuk vond.
Ik ben nu bijna afgestudeerd en ik heb al wat sollicitatiebrieven de deur uit gedaan, maar ik krijg steeds te horen dat ik te weinig ervaring heb. Dat vang je dus met een stage niet helemaal op, maar ik heb met deze stage wel een netwerkje opgebouwd. Ik ken nu wel mensen die ik kan mailen met de vraag: ik zoek werk, heb je misschien wat voor me? En dat is ook belangrijk.
Een stage zoeken in de richting van de Scandinavistiek was niet zo handig geweest, want ik denk niet dat ik in die richting een baan zou kunnen vinden, dat gebied is te klein. Ik heb juist voor literatuur gekozen omdat ik mijn kansen op werk wil vergroten.
De beste tip die ik voor studenten heb is: stage lopen. Ik raad het iedereen aan die niet in de wetenschap verder wil. Ik had achteraf gezien ook tijdens mijn bachelor wel stage willen lopen.’


