Bachelor Pedagogische wetenschappen

Impressies uit Tanzania,  2002

Karibu in Tanzania!

Daar zitten we dan: het is zondagochtend, mooi weer, de mensen lopen in hun mooiste kleren buiten omdat ze net uit de kerk komen. Adimka en ik hebben vandaag maar even gespijbeld, om goed uit te kunnen rusten van de afgelopen tijd. Uit ons raam kunnen we genieten van de hoogste berg van Afrika. We hebben nog een uurtje en dan staat onze volgende afspraak alweer voor de deur. Want wie denkt dat een onderzoek in Afrika doen alleen maar vrijheid blijheid is, heeft het mis. Alhoewel we hier een van de mooiste tijden uit ons leven beleven, komt er wel een heleboel bij kijken.

Adimka studeert pedagogiek en ik studeer onderwijskunde. We kenden elkaar uit de propedeuse en op een borrel voor de internationale studenten ontdekten we dat we allebei een voorliefde voor Afrika hadden en leek het ons fantastisch om voor onze studie naar Afrika te gaan. We zijn meer dan een jaar geleden begonnen met de voorbereidingen voor ons onderzoek. We kozen voor het onderwerp AIDS-educatie. De laatste drie maanden voor vertrek stonden geheel in het teken van voorbereidingen voor deze reis. Bijna burn-out vertrokken we begin April naar Dar es Salaam.

In Dar es Salaam was onze eerste missie ‘het verkrijgen van een research permit en een residence permit’. Maar dat bleek wel ingewikkelder te zijn dan we dachten. Na een week elke dag bij het immigratie kantoor gezeten te hebben, hadden we onze eerste les in Afrika goed begrepen: laat alles maar over je heen komen zoals het gaat, en ga je er vooral niet druk over maken want dat heeft toch weinig zin. Toen we de permits eindelijk hadden - na veel wachten, onderhandelen, een smak geld en whisky - konden we vertrekken naar Moshi. Een prachtige busreis van een dag bracht ons richting de hoogste berg van Afrika. En vanuit onze kamer bleken we uitzicht te hebben op de Kilimanjaro! De eerste weken was het behoorlijk wennen. Een cultuurshock is onvermijdbaar. Alles is anders, in het begin ben je constant op je hoede, vooral ook omdat we als twee mzungu (=blanke/Europeaan) meisjes behoorlijk de aandacht trekken in een klein stadje. Maar naarmate de tijd verstreek begonnen we ons steeds meer op ons gemak te voelen en inmiddels hebben we het heel erg naar onze zin en zouden we voorlopig best een tijdje hier willen blijven.
 
Sinds we hier zijn heeft onze onderzoeksopzet al twee maal een behoorlijke wending genomen. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een samenwerkingsproject met een plaatselijke NGO; Youth Alive. Dit is een organisatie van ongeveer dertig jongeren die als belangrijkste boodschap ‘behavior change is possible’ hebben. Dat klinkt behoorlijk vaag, maar het is dan ook een heel gedoe om te achterhalen wat een organisatie hier nou eigenlijk doet en wil. Om zoveel mogelijk informatie te verzamelen hebben we ervoor gekozen om ons echt als leden van de organisatie te gedragen. We hebben met een paar van hen een samenwerkingsproject opgezet. Dit project heeft tot doel door middel van outreaches alle basisscholen van de stad te bereiken met seksuele voorlichting. Omdat de organisatie nauwelijks actief was en ze ook nog nooit eerder een dergelijk project gedaan hebben, bestaat een groot deel van het project uit het opzetten van het onderwijsprogramma. Als onderdeel daarvan hebben we een workshop georganiseerd met verschillende organisaties om gezamenlijk te brainstormen over de inhoud van het programma. Deze workshop was ontzettend interessant, maar eigenlijk is het samenwerken op zich nog interessanter en nuttiger. Omdat we zo intensief met een aantal van hen optrekken kom je er veel meer achter hoe het er hier werkelijk aan toe gaat. Want dat was een belangrijk doel van dit project: achterhalen welke boodschap ze naar de kinderen sturen over AIDS en seksualiteit. En vooral achterhalen welke ‘beliefs en mindsets’ daarachter zitten. Hoe meer we met ze omgaan, hoe duidelijker het wordt. Het standaard praatje dat ze aan het begin houden blijkt veel gecompliceerder te zijn. Bovendien blijken veel leden hun eigen adviezen in hun persoonlijke leven niet zo serieus te nemen (als we met ze uitgaan ziet het er niet echt naar uit alsof ze van plan zijn zonder sex naar huis te gaan....). Omdat Youth Alive hun visie baseert op religieuze richtlijnen (zoals bijna iedereen hier) is de belangrijkste boodschap: ‘abstinance untill marriage and tell them the truth about condoms’. En wat die waarheid dan is, daar komen we nu pas zo’n beetje achter. Volgens hen is de waarheid dat condooms niet veilig zijn, en daar hebben ze allerlei verklaringen voor. We hebben gediscussieerd over wat we moeten gaan zeggen over condooms, en dat ging er heftig aan toe. Want hoewel ze vinden dat ze moeten zeggen dat onthouding het beste advies is, vertellen ze ons ook dat het een gewoonte is in de Tanzaniaanse cultuur dat iedereen het met iedereen doet....ingewikkeld allemaal.

We zijn inmiddels helemaal geaccepteerd binnen Youth Alive als de twee nieuwe Nederlandse members. Af en toe lijkt de organisatie net een sekte. Ze hebben behalve een voorzitter, secretaris en een penningmeester ook een ‘discipline master’. Deze houdt toezicht op het naleven van de regels door de members. Gelukkig kennen ze hier het begrip ‘secondary virginity’. Dat betekent dat je, wanneer je ooit ‘bad behaviour’ hebt vertoond, je je gedrag nog kan veranderen en als het ware een tweede kans krijgt. Verder opereren ze, zoals bijna iedereen hier, op religieuze basis. Dat betekent dat we op onze wekelijkse meetings altijd beginnen met een gezamenlijk gebed. Ons werd ook gevraagd
welk geloof we hadden. Het antwoord dat onze ouders katholiek opgevoed waren (gevolgd door een naïeve glimlach) was niet voldoende. Ze vinden het niks dat wij niet echt gelovig zijn, dus laten we het maar een beetje in het midden. Dat was laatst nogal lastig want ze vroegen ons met een gebed af te sluiten. We hadden ons daar wel op voorbereid. Aangezien zij altijd in het Kiswahili bidden, zeiden wij dat we alleen in het Nederlands konden bidden. Dus moesten we allebei heel erg ons lachen inhouden toen we een zelfverzonnen gebed in het Nederlands opzeiden. Verder doen ze gedurende de meetings allerlei liedjes en dansjes tussendoor. En omdat we onze taak als onderzoekers serieus nemen doen we hard ons best om ons die dansjes eigen te maken. Dat is wel moeilijk, we worden enorm bekeken en uitgelachen.

Verder maken we buiten het onderzoek om natuurlijk regelmatig leuke dingen mee. Alleen al het openbaar vervoer is hier een hele belevenis. Ze hebben hier geen gewone bussen maar dala dala’s, dat zijn minibusjes waar je in Nederland misschien met z’n achten in zou passen. Maar hier zitten we vaak opgepropt met twintig Afrikanen in zo’n busje, met de deur (als die er tenminste nog inzit) half open en de leukste muziek aan. Vervolgens doen de dala dala’s onderling een wedstrijd wie het eerste bij de volgende halte is, dus houden wij ons hart vast, wanneer we keihard door de enorme gaten in de weg racen op weg naar onze bestemming. Afgelopen weekend waren we ineens op een ‘graduation party’ van een van de vrienden van onze vrienden beland (we hebben hier inmiddels al meer vrienden dan we misschien ooit in Nederland zullen krijgen, want iedereen wil wel een mzungu vriendinnetje). En hoe graag we ook van onze blanke huidskleur af willen af en toe, we konden niet voorkomen dat we meteen weer tot ‘special guest’ gebombardeerd werden. We kregen als eerste een cakeje, we moesten speciaal naar binnen om te eten (terwijl alle andere gasten gewoon buiten aten), we werden met enorme speeches toegesproken, en natuurlijk werd er van ons ook weer een praatje verwacht. Morgen staat ons alweer een verjaardag te wachten, dus we zijn benieuwd hoe dat nou weer zal uitpakken....
 
Samenvattend kan je zeggen dat een onderzoek in Afrika fantastisch is en een onvergetelijke en enorm leerzame ervaring. We kunnen het iedereen aanraden, want het is echt een heel mooi onderdeel van je studie! Wij genieten hier nog even van Afrika en we wensen jullie nog een paar goede laatste weken in Nederland, niet te veel stressen: pole pole!

Judith van Zon