Scandinavische talen en culturen

Gepubliceerd op 4 maart 2009

Examenreglement FGw

Regelingen met betrekking tot het onderwijs, Faculteit der Geesteswetenschappen

De examencommissies van de onderwijsinstituten stellen de examenreglementen vast; dit zijn regels met betrekking tot de praktische gang van zaken tijdens de tentamens en maatregelen zoals afronding van cijfers, de zak- of slaagregeling, de behandeling van vrijstellingsverzoeken etc. Het examenreglement kan per opleiding variëren. De examenreglementen zijn te downloaden via de lijst 'Onderwijs A-Z' onder de desbetreffende opleiding in de studentensite (www.student.uva.nl).

De belangrijkste regels voor de gang van zaken bij schriftelijke en mondelinge tentamens zijn de volgende:

  1. De tentamenzaal wordt zo mogelijk reeds ten minste een kwartier voor het vastgestelde aanvangstijdstip geopend. De examinandi kunnen dan reeds plaatsnemen. De surveillanten zijn bevoegd daarbij aan een tentamendeelnemer een bepaalde plaats aan te wijzen. Zoveel mogelijk wordt voor het vastgestelde aanvangstijdstip alle noodzakelijke materiaal (behalve de opgaven) aan de deelnemers uitgedeeld.
  2. Op het vastgestelde aanvangstijdstip worden de deuren van de tentamenzaal door de surveillanten gesloten. Vanaf dat moment worden geen nieuwe deelnemers meer tot de zaal toegelaten tot aan alle aanwezige deelnemers de opgaven zijn uitgedeeld.
    De surveillanten beginnen met het uitdelen van de opgaven zodra alle in de zaal aanwezige deelnemers hun zitplaats hebben ingenomen.
  3. Deelnemers die niet tijdig in de zaal aanwezig waren, kunnen door de surveillanten, nadat het uitdelen van de opgaven is voltooid, alsnog tot het tentamen worden toegelaten zolang geen van de deelnemers de tentamenzaal heeft verlaten. Met het oog daarop kan een deelnemer die de opgaven in ontvangst heeft genomen, de tentamenzaal niet binnen een half uur na aanvang verlaten.
  4. Alvorens de tentamenzaal te verlaten, levert een deelnemer die de opgaven in ontvangst heeft genomen, bij de surveillanten ten minste zoveel vellen tentamenpapier in als bij de opgaven als minimum is aangegeven, uiteraard voorzien van de gevraagde gegevens omtrent zijn identiteit.
  5. Deelnemers die de zaal na het aanvangstijdstip binnenkomen of de zaal voor het einde van het tentamen verlaten, dienen dit te doen met zo min mogelijk stoornis voor de andere deelnemers.
  6. De surveillanten dragen er zorg voor dat het tentamen ordelijk en volgens de eventuele nadere aanwijzingen van de examencommissie of de verantwoordelijke examinator verloopt. Zij zijn bevoegd bij de uitoefening van deze taak aan de deelnemers de nodige aanwijzingen te geven. De deelnemers zijn gehouden deze aanwijzingen op te volgen. Bij het niet opvolgen van een door een surveillant gegeven aanwijzing, alsmede in geval van bedrog, kan een surveillant een deelnemer op staande voet de verdere deelneming aan het tentamen opzeggen.
  7. Indien zich tijdens het afnemen van het tentamen bijzonderheden hebben voorgedaan - maatregelen als bedoeld in het voorgaande lid en vermoedens van bedrog die niet tot maatregelen hebben geleid daaronder begrepen - maken de surveillanten na het einde van het tentamen gezamenlijk een rapport op waarin een beschrijving wordt gegeven van de voorgevallen bijzonderheden. Het rapport wordt door de coördinerende surveillant verzonden aan de voorzitter van de examencommissie. Indien de coördinerende surveillant niet tevens coördinator van het tentamen is, ontvangt de laatste een afschrift van het rapport.
  8. Aan lichamelijk of zintuiglijk gehandicapte studenten wordt de gelegenheid geboden de tentamens op een zoveel mogelijk aan hun individuele handicap aangepaste wijze af te leggen. De examencommissie wint zo nodig advies in alvorens te beslissen over de wijze waarop bedoelde tentamens dienen te worden afgelegd. (artikel 9 van de Onderwijs- en Examenregeling)
  9. Tenzij in het desbetreffende jaarlijkse opleidingsstatuut of in ander voor de examinandi algemeen beschikbaar schriftelijk voorlichtingsmateriaal met betrekking tot een mondeling tentamen anders is bepaald, wordt de normale duur van het tentamen vastgesteld door degene die het tentamen zal afnemen en door hem bij de mededeling van het tentamentijdstip aan de examinandus meegedeeld. De normale duur van een mondeling tentamen bedraagt nooit meer dan negentig minuten.
    Alleen met instemming van de examinandus kan degene die het mondelinge tentamen afneemt het tentamen beëindigen voordat de aan de examinandus bekendgemaakte normale duur verstreken is.
    Indien hij bij het verstrijken van de aan de examinandus bekendgemaakte normale duur van het tentamen tot het oordeel komt dat de examinandus nog niet voldoende heeft aangetoond de tentamenstof te beheersen, kan degene die het tentamen afneemt de examinandus de keuze geven op dat moment voor het tentamen te worden afgewezen, dan wel het tentamen terstond voort te zetten. De totale duur van een tentamen dat na het verstrijken van de normale duur wordt voortgezet bedraagt nooit meer dan anderhalf maal de aan de examinandus bekendgemaakte normale duur.
Bron: Onderwijs en Communicatie